“Uitslapen”, wat een aangename ervaring. Pas ontbijt om 8h. De Belgische ambassadeur die als eerste van de tafel zijn omeletje bestelde, wordt na extra lang wachten als laatste bediend. De eitjes trouwens die men hier in Oost-Afrika serveert, hebben een melkachtige kleur (maïs tekort ?).
Om 9h30 nemen we afscheid van Speke Bay.
De asfaltweg naar Mwanza is een belevenis op zich. Het asfalt is behoorlijk aangetast en regelmatig moet je op de remmen gaan staan om geweldige putten in het wegdek te ontwijken. Daarenboven loopt, fiets en rijdt iedereen zwalpend op de baan. Geregeld passeert een stampvol geladen matatu-bus met een geweldige snelheid onze wagens, terwijl we op dat moment toch 110 tot 120 km/h rijden. Hoe er niet dagelijks honderden doden vallen langs die baan – en waarschijnlijk ook langs alle andere – is niet te begrijpen.
In hotel Tilipia zijn we dit keer vroeg. De jeugd profiteert ervan om de bezwete lichamen af te koelen in het zwembad.
Om 13 h gaan we aan tafel voor een kleine hap en tegen 15h15 heeft de laatste zijn maal gekregen. Slow motion is hier de lijfspreuk. Een tiental bedienden die amper Engels spreken en tergend langzaam en compleet inefficiënt bewegen. Ons geduld wordt zwaar op de proef gesteld.
Dan trekken we Mwanza in: couleur locale! Men is hier geen toeristen gewoon. Niemand dringt aan om iets te verkopen en in geen enkele handelszaak wordt iets aangeboden dat de interesse van de toerist kan trekken.
Onder een paar grote rotsen vinden we de local carwash. Kraan, veel druk op het water, emmer, sponsen en wassen maar. Geen idee over de kostprijs.
In de bank geraken we na het invullen van drie formulieren eindelijk de kans om USD in TZS om te ruilen. Na lang zoeken vinden we bij een Indiër eindelijk postkaarten en zegels. Een kanga-winkel (een kanga is een groot stuk stof dat negerinnen rond zich wikkelen. Martine laat van die stof in Kigali broeken naaien.) wordt als het ware door de jeugd leeg gekocht. Hun kleurkeuze is flashy.
Overal vind je zwarten tegen de stoffige grond die koopwaar aanbieden aan hun eigen volk, maar de keuze is vrij beperkt. Schoenpoetsers zijn er in tientallen.
Er is ook een supermarkt in Mwanza. Martine heeft gelijk – alhoewel ze erop drukt dat het in Rwanda nog veel slechter gesteld is – er is absoluut een heel beperkt aanbod. Veel ongekende frisdranken, veel pasta soorten, zeep en tandpasta, geen charcuterie, noch zuivelproducten, noch vlees.
We verlaten het pand gewapend met 2 doosjes smeerkaas en 2 pakjes Afrikaanse petit-beurrekes. In een soort snackbar kopen we 4 broden stijl pan-bimbo en bij een straatverkoopster tikken we 8 mango’s op de kop voor 36 BEF.
Avondmaal en “vroeg” naar bed. Om 23h (!) komt men ons een vervroegd ontbijt brengen bestaande uit verschillende soorten fruit en brood.
Continue reading? Dag 17: Mwanza – Kigali
Or previous entry: Dag 15: Ndutu Lodge – Serengeti – Speke Bay Lodge