Om 4h15 loopt Hugo’s wekker af en speel hij opnieuw wake-up caller van dienst maar dit keer gelukkig via de interne telefoon.
Na een staand ontbijt vertrekken we om 5h richting ferry.
Mwanza is leeg. Vlotjes bereiken we de ferry waar we zonder talmen een 20-tal vrachtwagens passeren en met de slogan “official car” slagen we erin als eersten op de boot te rijden. Om 6h50 gaan we aan wal aan de overzijde van het Victoria meer. Dan start de tocht over 250 km zandpiste. Soms lijkt het meer op een dodenrit want volgeladen matatubussen doubleren aan waanzinnige snelheden, bijna kantelend aan de zijkant van de bolle piste. Enorme stofwolken maken de chaos compleet. Blindelings zoeken we onze weg.
Maar de chauffeurs zijn ervaren ondanks de angstige bezwaren van Martine wiens zenuwen bijzonder op de proef worden gesteld. Toch bereiken we vlot de grens tegen 13h00. Precies op de grens liggen de Rusumo falls, waar zanderig water zich een 15-tal meter in de diepte stort.
Dit is de rivier waar tijdens de genocide de journalisten de lijken zagen voorbij drijven. Eindeloos bureaucratisch gedoe voor de controle van de visa verlaat ons een uurtje maar dit maken we goed door een uur tijdswinst
Good-bye Tanzania, good-bye rood zand,Good-bye sloomheid (wordt het beter in Rwanda?), good-bye dorheid, want zodra we Rwanda binnenrijden verandert het landschap.
Er is veel meer groen. La route des bananes, de ene kleine bananen plantage naast de andere. De huizen zijn hoofdzakelijk opgetrokken uit rode baksteen. Overal zie je kleine steenbakkerijen. Men stapelt kleistenen: afgeknotte, kleine piramiden met schoorsteengaten die daarna in brand worden gestoken. Na afkoeling heeft men bakstenen. De huisjes zijn ook veel properder dan in Tanzania. Overal wuiven kinderen naar de twee Muzungu (blanken) auto’s zonder hun hand uit te steken om geld te vragen. Rwanda kent nog geen toeristische invloeden.
Men werkt ook aan de baan om een beter asfalt laag te leggen.
Om 15h30, Rwandese en Belgische tijd, bereiken we de residentie. 2666 km lang was de volledige reis (of toch het Tanzania deel…) , waarvan we er 1860 hebben gereden op zandpiste.
De bagage wordt door de bedienden uit de wagens gehaald en zij beginnen onmiddellijk de wagens te kuisen. We genieten van een frisse pint en zelf gebakken cake op het prachtige terras.
Na de wasbeurt relaxen we heerlijk op het terras. De gin-tonic kan niet uitblijven. We dineren aansluitend: tomatensoep, kleine pizza’s en fruitschotel begeleid door een Zuid-Afrikaanse rode wijn van 13 jaar oud. Life can’t be bad …
Dit was ons Tanzania avontuur. Nu begint het Rwanda avontuur ![]()
Continue reading? Dag 18: Kigali
Or previous entry: Dag 16: Speke Bay Lodge – Mwanza