<< Dag 6: Aankomst Hugo & Dany | Dag 8: Mwanza >>
Om 4h bed uit !! Snel ontbijt en dan vertrekken we richting Tanzania!!
Marc en Hugo besturen de 2 Nissans.
De weg naar Rusumu aan de grens met Tanzania is volledig geasfalteerd maar niet altijd in goede staat.
Soms tref je grote kuilen, potholes, aan in het wegdek. Fietsers en wagens komen zonder kijken roekeloos de hoofdbaan opgereden. Erg veel Belgische wielertoeristen zouden kunnen leren van hun Rwandese collega’s, want op iedere helling of afdaling trappen zwarten hun enorm beladen fietsen omhoog en omlaag. Soms is de vracht bananen zo groot dat zij naast hun fiets lopen en hem verder duwen.
We tanken op een 30-tal km voor de grens want de regel is om bij elk tankstation te tanken om te vermijden zonder brandstof te vallen want de kans is reëel dat een station geen brandstof in huis heeft. En bingo, in het eerste dorp worden we naar 3 stations gestuurd, in het eerste niets, in het tweede alleen diesel en in het derde alleen benzine.
Net voor de grens passeren we enkele vernielde vluchtelingen kampen uit 1994.
De formaliteiten aan de grens zijn een bureaucratische bedoening. Eindeloos word je van het ene “bureau” naar het andere gestuurd, waar telkens andere handtekeningen en stempels worden gezet. We wisselen RDF om in TZS op de zwarte markt. Verscheidene verkopers verdringen elkaar om te kunnen verkopen. Toch blijft de koers ongewijzigd. We rekenen voor de rest van de vakantie met de volgende koersen: 100 TZS = 3 BEF en 100 RDF = 6 BEF.
Na 100 km prima asfalt weg in Tanzania, waar trouwens niemand buiten ons op rijdt, slaan we af op een zandpiste. De wegsignalisatie is zo goed als onbestaande en we behelpen ons met wegenkaarten die we in Europa aanschaften.
Overal passeren we schooltjes die zich meestal aan de rand van de dorpen bevinden. Alle schoolkinderen dragen uniformen, groene broek of rok en wit hemd.
We tanken in Biharamulo in een archaïsch station. De brandstof wordt er met de hand naar boven gepompt en de tellers worden manueel op nul gedraaid. Of die dingen ook het correcte aantal liters weergeven, zullen we wel nooit te weten komen. Tot onze verbazing zijn er ook pompen met kerosine, volgens Marc stoken ze daar hun vuurtjes mee.
Marc heeft van zijn militaire begeleiders in Rwanda twee walkietalkies meegekregen. Schitterend communicatiemiddel tussen beide auto’s maar de batterijen laten het veel te snel afweten.
We gebruiken ze om te verwittigen dat er matatu-bussen of vrachtwagens aankomen want Tanzania rekruteert chauffeurs blijkbaar alleen uit kamikaze piloten. Zij rijden ronduit waanzinnig op de zandpiste. Iedere keer halen we opgelucht adem wanneer ze ons gepasseerd zijn.
In Busisi moeten we de ferry nemen over een uitloper van het Victoria meer. We arriveren daar om 16h15 maar worden echter helemaal achteraan een file gepositioneerd die hoofdzakelijk bestaat uit vrachtwagens. De eerste ferry, waar amper een 8-tal wagens op kunnen, vertrekt een kwartiertje later zonder ons.Dit wordt hopeloos als we willen overnachten in het hotel in Mwanza.
Martine begint haar lobby werk en neemt uiteindelijk een drastische beslissing: we rijden gewoon tot vooraan de file en schepen als eersten de boot in die meer dan een uur is weggeweest. De duisternis valt snel en boven het meer zwermen duizenden insecten. De raampjes worden dichtgedraaid om de tse-tse vliegen buiten te houden.
Het is pikdonker als we de overzijde bereiken. Via 10 km zandpiste en 30 km asfalt versierd met de nodige bumps bereiken we Mwanza. Hotel Tilapia, gelegen aan de oever van het meer, zou het beste moeten zijn van de stad. Het oogt inderdaad schitterend met ruime ronde kamers in koloniale stijl met alles erop en eraan: airco-tv-bar maar zodra je die voorzieningen wilt gebruiken, merk je pas de staat ervan op: oud en versleten.
We dineren lekker maar laat in het Thais restaurant en duiken pas om 24h ons bed in.
Powered by EE..
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 3.0 License.

Comments
Leave a Reply